In de coaching- en therapiewereld komt het regelmatig voorbij: “word de beste versie van jezelf.”
Ik begrijp natuurlijk wat hiermee bedoeld wordt, maar feitelijk ben ik het er niet mee eens.
Het suggereert namelijk dat er meerdere versies van jezelf bestaan. En dat je, door aan jezelf te werken, ooit kunt uitkomen bij die ene perfecte versie. Alsof er ergens een verbeterde uitgave klaarligt die je moet zoeken en activeren.
Maar van jezelf, daar is er maar één van toch?
De lagen die we aantrekken
Wat wél klopt en wat mensen natuurlijk bedoelen met deze uitspraak, is dat we door de jaren heen een persoonlijkheid hebben opgebouwd die niet altijd in lijn is met wie we diep vanbinnen zijn. We leren ons aan te passen, ons anders voor te doen en gevoelens weg te stoppen, omdat ze teveel waren of te pijnlijk. Niet omdat wij dat wilden, maar vaak omdat het leven dat van ons vroeg. En zo worden we, wat we denken te moeten zijn.
Vergelijk het maar met laagjes kleding. Eerst trek je een t shirt aan, en nog eentje, en nog eentje, vervolgens een trui eroverheen en dan een dikke jas. Maar die laagjes kleding gaan schuren. Niet omdat ze fout zijn maar omdat ze niet meer passen. Alsof je gekleed bent voor de winter terwijl het zomer is.
En dan mag het afpellen beginnen. Laag na laag, rustig en in jouw tempo. Niet om iemand anders te worden of een betere versie van jezelf. Maar om terug te keren naar dat wat je was voor die laagjes.
Terug naar de stilte
Want onder al die kleding zit iets wat nooit weg is geweest. Een stille, stevige kern, die overeind blijft in de storm. De waarnemer in jou die enkel observeert, zonder te oordelen of te willen veranderen. Een plek waar je mag voelen wat klopt. Een plek, waar jij simpelweg mag zijn.
En dat is geen streven naar iets beters. Maar een thuiskomen bij je eigen essentie. En daarvoor hoef je niets te leren, hooguit ontleren, wat je niet bent.



