Positief denken heeft zeker waarde.
Het kan helpen om perspectief te houden en niet mentaal te blijven hangen in alles wat zwaar of moeilijk is.
Maar soms krijgt positiviteit een andere functie en brengt het je eigenlijk steeds verder van huis.
Het valt me op hoe snel er een positieve draai wordt gegeven aan iets wat eigenlijk nog aandacht vraagt. Iemand deelt iets pijnlijks, en vrijwel direct volgt er een relativering.
Niet uit onwil of omdat we ongevoelig zijn.
Vaak is het een poging om iets lichter te maken, omdat aanwezig blijven bij ongemak lastig kan zijn. Zeker als we dit al vroeg geleerd hebben. Misschien hebben we het patroon overgenomen van onze omgeving, of moesten we emoties dragen die simpelweg te overweldigend waren.
Positiviteit kan dan een manier worden om weg te gaan van lastige emoties.
En juist dat zorgt ervoor dat je ze blijft vasthouden.
Eerst erkennen wat er is
Als we iets willen veranderen, moeten we het eerst aankijken.
Dat betekent niet dat we er eindeloos in moeten blijven hangen. Maar ontkennen werkt niet. Want hoe kun je ontkennen wat er al is?
Echte verandering begint vaak niet bij het positiever maken van wat er gebeurt. Niet bij overschreeuwen, wegredeneren of het direct verzachten. Transformatie begint bij erkenning en ruimte maken voor wat zich aandient. En dat vraagt om draagkracht en de bereidheid om aanwezig te blijven wanneer het ongemakkelijk voelt.
Want dan pas kan het verschuiven. Niet omdat we er met positiviteit naar keken, maar simpelweg omdat we keken.



